|
|
 |
 |
|
|
WAAROM IK LEERKRACHT GEWORDEN BEN?
Het lijkt mij zinvol werk. Ik wil het idee hebben iets
aan de samenleving bij te dragen. Daar komt bij dat ik
kenniscreatie en -overdracht een zeer belangrijke factor
vind voor een samenleving in ontwikkeling.
Dit is een overblijfsel van mijn studie aan de Erasmus
Universiteit, faculteit Bedrijfskunde. In het derde jaar
kwam ik in aanraking met strategisch- en
kennismanagement. Vanaf dat moment wist ik dat ik
hiermee verder wilde werken. Maar ik vond,
toevalligerwijs, een baan op de Amsterdamse Optiebeurs.
Het was een gezellige tijd op de vloer.
Na een aantal jaren op de Beurs kwam ik tot de conclusie
dat schermhandel – de toekomst – niks voor mij was. Ik
heb niet de juiste mentaliteit en inzet. De hele dag met
vier muren om mij heen werkte ook verstikkend. Wat moest
ik gaan doen? In het laatste halfjaar achter het scherm
heb ik genoeg tijd gehad om daarover na te denken.
Misschien door de luchthandel op de vloer kwam ik tot de
conclusie dat het werk moest zijn dat een verschil
maakte en iets toevoegde aan onze samenleving. Ik wilde
iets gaan neerzetten waarop ik kon terugzien als zinvol
werk. O ja, ik wilde op de fiets naar mijn werk kunnen
en veel vrije tijd hebben.
Er kwamen voor mij twee sectoren in beeld:
Gezondheidszorg en Onderwijs. Het werken met jongeren
leek mij op voorhand al interessanter, hoewel ik ook
tijdelijk in de thuiszorg werkte. Vervolgens moest ik
een keuze maken in leeftijdscategorieën. De 6 tot 12
jarigen bleven over.
Ik mocht de tweejarige deeltijd Pabo doen omdat ik een
wo-diploma op zak had. In de laatste fase van de
opleiding kon ik al voor drie dagen aan de slag op mijn
huidige basisschool. Met hulp van een fantastische
duo-collega leerde ik het vak echt kennen. Het
daaropvolgende schooljaar kreeg ik een fulltime
aanstelling met een eigen klas. Ik leerde het managen
van een groep, het weekritme, de invloed van het weer op
het gedrag van de kinderen en allemaal andere zaken die
je alleen in de praktijk kunt leren. Nu, na vijf jaar,
heb ik de klas zoals ik hem grotendeels wens.
Ik heb in de loop van deze jaren naast de klas een
aantal taken op me genomen die ook van belang zijn voor
het functioneren van de school. De sportcommissie en de
werkgroep techniek behoren daarbij, maar ook de
bovenschoolse medezeggenschapsraad en onze eigen
medezeggenschapsraad. Door deze ontwikkelingen en
verschillende leergangen heb ik de behoefte gekregen om
mij verder te ontwikkelen en wetenschappelijk te
onderzoeken hoe ik de kenniscreatie en -overdracht in
een basisschool verder kan optimaliseren.
Er zijn, in mijn ogen, te weinig innovaties geweest in
de basisschool sinds de tijd dat ik er op zat. En, sinds
de tijd dat mijn ouders erop zaten, en hun ouders
daarvoor. Het lijkt wel of de samenleving zich verder
ontwikkeld heeft en dat het onderwijs zich daaraan
onttrokken heeft.
|
|
|
|